Tropische garnaal

Penaeus spp.: Penaeus vannamei, monodon

    • MSC label
      Wildvangst
    • ASC label
      Aquacultuur
    • Wereldwijd - BAP 4-star label
      Aquacultuur - Vijvers
    • Indische Oceaan FAO 51, 57 (Australië)
      Bodemsleepnet
    • Wereldwijd - BAP 2-star label
      Aquacultuur - Vijvers

    Biologie

    Tropische garnaal is een verzamelnaam voor verschillende garnaalsoorten. Penaeus vannamei, de witte garnaal of Midden-Amerikaanse garnaal, wordt gekweekt in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië. Penaeus monodon, de grote tijgergarnaal, wordt opgevist of gekweekt in de Indische Oceaan en in Azië.

    Wildvangst

    Toestand van het bestand

    Tropische garnalen kunnen zich snel voortplanten en krijgen een groot aantal nakomelingen, waardoor ze redelijk bestand zijn tegen de visserijdruk. Bij te hoge visserijdruk kunnen verschillende bestanden toch overbevist zijn. Enkel in Australië worden de bestanden boven een veilige, biologische grens gehouden.

    Ecologische impact

    Tropische garnalen worden gevangen met sleepnetten of boomkorren, kieuwnetten, warrelnetten of vallen. Bij het gebruik van sleepnetten of boomkorren is er steeds een grote hoeveelheid bijvangst aanwezig, vaak soorten die reeds bedreigd worden door overbevissing. Boomkorvisserijen hebben ook een negatieve impact op de overleving van verschillende bodemsoorten, zoals koudwaterkoralen, jonge vissen en bedreigde diersoorten, zoals haaien en roggen. De netten worden immers over de bodem voortgesleept en vernietigen hierbij de bodemhabitat. Door dit effect op de bodem, en het effect op verschillende vispopulaties, beïnvloedt de boomkorvisserij het hele ecosysteem, wat langetermijngevolgen heeft. Het gebruik van staande netten en kieuwnetten leidt tot minder bijvangst en heeft een minimale impact op de bodem. Beschermde haaien, roggen en zeezoogdieren behoren echter nog steeds tot de mogelijke bijvangst. Een warrelnet bestaat uit 3 lagen: een binnenste net en aan beide zijden ervan een wijdmazig net. De gevangen dieren raken verstrikt en komen steeds vaster te zitten bij het spartelen. Deze techniek heeft een bijvangst van niet-doelsoorten, waaronder bedreigde soorten, zoals zeezoogdieren, zeeschildpadden, zeevogels, haaien en roggen. Vallen zijn selectief, produceren nauwelijks bijvangst, hebben weinig teruggooi en weinig ecologische impact.

    Beleid

    In sommige landen, zoals Australië, worden de tropische garnaalvisserijen goed gereguleerd en gecontroleerd. In de meeste andere landen worden de bestaande regels en richtlijnen echter niet geïmplementeerd of zijn er geen controles.

    Aquacultuur

    Ecologische voetafdruk

    Tropische garnalen worden op grote schaal gekweekt in Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika. De zoetwatervijversystemen zijn afhankelijk van zoetwater dat uit de omgeving gepompt wordt. Dit leidt tot een tekort aan en verzilting van de zoetwatervoorraad. De bouw van kwekerijen gaat ten koste van mangrovebossen. Aangezien mangrovebossen essentieel zijn als broedplaats voor vissen en kustbescherming bieden, heeft deze achteruitgang een nefaste ecologische impact. In zero-invoersystemen wordt er geen zoetwater in het systeem gepompt en worden de mangrovebossen ook nauwelijks aangetast. Deze kweeksystemen bevinden zich in gebieden die overstromen door het getij, en waar het water op een natuurlijke manier vervangen wordt.
    Tropische garnalen worden gevoed met visafval of pellets gemaakt van vismeel en visolie. Er is gemiddeld 1 tot 3,2 kg voer nodig om 1 kg tropische garnaal te produceren. In de zero-invoersystemen wordt er geen extra voer gebruikt.

    Ecologische impact

    Het afvalwater vervuilt de omgeving met uitwerpselen, voer, chemicaliën, medicijnen en ziektes die een negatief ecologisch effect hebben op de wilde bestanden. Zero-invoersystemen gebruiken geen chemicaliën, medicijnen of meststoffen. Wanneer gekweekt wordt in gesloten kweeksystemen, zoals vijvers, is de vervuiling eerder beperkt, door het gebruik van filters en reinigingssystemen. De gesloten systemen hebben geen enkel negatief effect op de omliggende wateren. Ziekten en parasieten kunnen niet worden doorgegeven naar populaties in het wild en er worden geen chemicaliën of medicijnen in het milieu gebracht. De dieren kunnen niet ontsnappen en hebben bijgevolg geen effect op de wilde populaties.

    Weetje

    De handelsbenamingen gamba en scampi duiden op reuzengarnalen die respectievelijk met en zonder kop verkocht worden, ongeacht of ze in zoetwater of zoutwater opgekweekt worden.

    • Marine Stewardship Council - 1
    • Aquaculture Stewardship Council - 1
    • Organic - 1
    BAP 2-star, BAP 4-star, Organic

    Pin It on Pinterest

    Share This