Zeebarbeel

Mullus barbatus, M. surmuletus

    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27
      Handlijn, Haken en lijnen
    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27
      Boomkor, (Dubbel) bodemsleepnet, Geankerd kieuwnet, Schotse bodemzegen
    • Atlantische Oceaan centraal oost FAO 34
      Bodemsleepnet
    • Middellandse Zee en Zwarte Zee FAO 37
      Bodemsleepnet, Geankerd kieuwnet

    Biologie

    Zeebarbeel leeft op de bodem van de oceanen. Ze worden gewoonlijk zo’n 30 à 40 cm groot, wegen 1 kg en worden 11 jaar oud. Wanneer ze 1 tot 2 jaar oud worden, zijn ze geslachtsrijp. De gestreepte zeebarbeel is dan ongeveer 17 cm groot, terwijl de gewone zeebarbeel een paar cm kleiner is. De gestreepte zeebarbeel komt voor in de wateren rond Noorwegen tot Marokko. De gewone zeebarbeel heeft een gelijkaardige verspreiding, maar komt zuidelijker voor. In het Engels Kanaal en in de Noordzee is deze soort eerder zeldzaam. Beide soorten komen voor in de Middellandse Zee.

    Toestand van het bestand

    Zeebarbeel is een enorm gegeerde vissoort en wordt sinds de jaren ’90 intens bevist. Nauwkeurige data ontbreken voor de populaties in de Atlantische Oceaan, maar er wordt een algemene daling van de biomassa van deze soorten vastgesteld. In de Middellandse Zee is er een heel hoge visserijdruk op alle zeebarbeelpopulaties waardoor ze allen maximaal bevist of overbevist worden.

    Ecologische impact

    Zeebarbeel wordt voornamelijk gevangen met sleepnetten. Bij het gebruik van sleepnetten of boomkorren is er steeds een grote hoeveelheid bijvangst aanwezig, vaak soorten die reeds bedreigd worden door overbevissing. Boomkorvisserijen hebben ook een negatieve impact op de overleving van verschillende bodemsoorten, zoals koudwaterkoralen, jonge vissen en bedreigde diersoorten, zoals haaien en roggen. De netten worden immers over de bodem voortgesleept en vernietigen hierbij de bodemhabitat. Door dit effect op de bodem, en het effect op verschillende vispopulaties, beïnvloedt de boomkorvisserij het hele ecosysteem, wat langetermijngevolgen heeft. Het gebruik van staande netten en kieuwnetten leidt tot minder bijvangst en heeft een minimale impact op de bodem. Beschermde haaien, roggen en zeezoogdieren behoren echter nog steeds tot de mogelijke bijvangst.
    Handlijnen zijn selectief, produceren nauwelijks bijvangst, hebben weinig teruggooi en weinig ecologische impact. De Schotse bodemzegen wordt gekenmerkt door het in een cirkel uitzetten van twee lange touwen (ten minste 2,5 km) met in het midden een net. Bij het binnenhalen van de lijnen worden de bodemvissen naar de opening van het net gejaagd terwijl er aan een lage snelheid vooruit gevaren wordt. Deze techniek heeft een bijvangst van te kleine individuen van de doelsoorten en andere soorten, beroering van de zeebodem en vernieling van het habitat en aantasting of eliminatie van sedentaire soorten, zoals algen, riffen van koralen, sponzen, kokerwormen… Sleeplijnvisserijen (trolling en longlines of beuglijnen) hebben een enorme bijvangst van een aantal bedreigde soorten, zoals zeeschildpadden, zeevogels, haaien en roggen. Veel jonge vissen van andere economisch belangrijke soorten, zoals zwaardvis en marlijn, worden gevangen en teruggegooid, met weinig kans op overleven. Door het gebruik van aas kunnen deze methodes een impact hebben op de aasbestanden.

    Beleid

    Wetenschappers hebben verschillende beleidsadviezen gegeven, maar er zijn nog geen officiële quota of regelgevingen.

    Pin It on Pinterest

    Share This