Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

    • MSC label
      Wildvangst
    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27
      Geankerd kieuwnet
    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27 (Baltische Zee, Noorwegen, Skagerrak, Kattegat, Noordzee, ten westen van Schotland, IJsland)
      Bodemsleepnet
    • Atlantische Oceaan noordwest FAO 21 (Canada)
      Bodemsleepnet, Geankerd kieuwnet, Grondbeuglijn, Val
    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27
      Bodemsleepnet

    Biologie

    De schelvis vertoeft graag op de bodem van de oceaan waar hij andere bodemorganismen eet. Schaaldieren, weekdieren, stekelhuidigen, wormen en kleine vissen staan allemaal op zijn menu. Wanneer hij ongeveer 5 jaar oud is en een lengte van 35 cm heeft, is de schelvis geslachtsrijp en kan hij zich voortplanten. Deze late geslachtsrijpheid maakt schelvis heel gevoelig voor overbevissing. Schelvis wordt meestal zo’n 35 tot 45 cm lang en weegt ongeveer 1,5 kg.

    Toestand van het bestand

    De schelvisbestanden in de Noordzee, in het Skagerrak, ten westen van Schotland, in IJsland en in het noordoosten van de Arctische Zee zijn vrij gezond. Het huidige bevissingsniveau lijkt duurzaam. In Faeröer wordt schelvis op een niet-duurzame wijze bevist waardoor de populaties zich in een kritieke toestand bevinden.

    Ecologische impact

    Schelvis wordt voornamelijk gevangen met sleepnetten. Bij het gebruik van sleepnetten of boomkorren is er steeds een grote hoeveelheid bijvangst aanwezig, vaak soorten die reeds bedreigd worden door overbevissing. Boomkorvisserijen hebben ook een negatieve impact op de overleving van verschillende bodemsoorten, zoals koudwaterkoralen, jonge vissen en bedreigde diersoorten, zoals haaien en roggen. De netten worden immers over de bodem voortgesleept en vernietigen hierbij de bodemhabitat. Door dit effect op de bodem, en het effect op verschillende vispopulaties, beïnvloedt de boomkorvisserij het hele ecosysteem, wat langetermijngevolgen heeft. Het gebruik van staande netten en kieuwnetten leidt tot minder bijvangst en heeft een minimale impact op de bodem. Beschermde haaien, roggen en zeezoogdieren behoren echter nog steeds tot de mogelijke bijvangst. Sleeplijnvisserijen (trolling en longlines of beuglijnen) hebben een enorme bijvangst van een aantal bedreigde soorten, zoals zeeschildpadden, zeevogels, haaien en roggen. Veel jonge vissen van andere economisch belangrijke soorten, zoals zwaardvis en marlijn, worden gevangen en teruggegooid, met weinig kans op overleven. Door het gebruik van aas kunnen deze methodes een impact hebben op de aasbestanden.

    Beleid

    Het invoeren van totale toegestane vangsten en een minimum aanlandingsmaat van 30 cm voor schelvis moet leiden tot het herstel en de handhaving van de verschillende bestanden. In de Barentszzee en in de wateren rond Spitsbergen moeten sleepnetten voorzien zijn van een ontsnappingsrooster om jonge vissen een overlevingskans te geven.

    • Marine Stewardship Council - 1

    Pin It on Pinterest

    Share This