Zeeduivel

Lophius piscatorius, L. budegassa

    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27 (Golf van Biskaje, Portugal)
      Geankerd kieuwnet, Grondbeuglijn
    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27 (Ijsland)
      Bodemsleepnet, Geankerd kieuwnet, Grondbeuglijn
    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27; Middellandse Zee en Zwarte Zee FAO 37 (Adriatische Zee)
      Bodemsleepnet, Boomkor, Geankerd kieuwnet, Grondbeuglijn

    Biologie

    De zeeduivel of lotte is een bodemvis die je kan vinden in kustregio’s tot gebieden met een diepte van 1 km. Met de eerste straal van zijn dorsale vin lokt hij zijn prooi, zoals een hengelaar, om die vervolgens volledig op te schrokken. Mannelijke zeeduivels zijn geslachtsrijp wanneer ze ongeveer 6 jaar oud en 50 tot 70 cm groot zijn. De vrouwtjes zijn later geslachtsrijp (9 tot 11 jaar). Bij de zwarte zeeduivel worden de vrouwtjes vroeger geslachtsrijp (6 jaar). Beide zeeduivelsoorten groeien traag, waardoor ze extra gevoelig zijn voor overbevissing.

    Toestand van het bestand

    De schaarse kennis van de biologie van de soorten en de onnauwkeurigheid van de data van de visserijsterfte maken het moeilijk om de toestand van de stocks juist in te schatten. Er zijn dus veel onzekerheden over de toestand van de zeeduivelpopulaties. Aan het huidige bevissingsniveau zijn de twee soorten Europese zeeduivel niet bedreigd. Enkel in het zuiden van de Keltische Zee, in de Golf van Biskaje en in de Cantabrische en Iberische Zee zijn de bestanden gezond en worden ze op duurzame wijze bevist.

    Ecologische impact

    Zeeduivel wordt voornamelijk gevangen in gemengde visserijen met sleepnetten of boomkorren. Bij het gebruik van sleepnetten of boomkorren is er steeds een grote hoeveelheid bijvangst aanwezig, vaak soorten die reeds bedreigd worden door overbevissing. Boomkorvisserijen hebben ook een negatieve impact op de overleving van verschillende bodemsoorten, zoals koudwaterkoralen, jonge vissen en bedreigde diersoorten, zoals haaien en roggen. De netten worden immers over de bodem voortgesleept en vernietigen hierbij de bodemhabitat. Door dit effect op de bodem, en het effect op verschillende vispopulaties, beïnvloedt de boomkorvisserij het hele ecosysteem, wat langetermijngevolgen heeft. Het gebruik van staande netten en kieuwnetten leidt tot minder bijvangst en heeft een minimale impact op de bodem. Beschermde haaien, roggen en zeezoogdieren behoren echter nog steeds tot de mogelijke bijvangst. Sleeplijnvisserijen (trolling en longlines of beuglijnen) hebben een enorme bijvangst van een aantal bedreigde soorten, zoals zeeschildpadden, zeevogels, haaien en roggen. Veel jonge vissen van andere economisch belangrijke soorten, zoals zwaardvis en marlijn, worden gevangen en teruggegooid, met weinig kans op overleven. Door het gebruik van aas kunnen deze methodes een impact hebben op de aasbestanden.

    Beleid

    Totale toegestane vangsten zijn ingevoerd om de visbestanden te beschermen. Voor de volledige Europese vloot is het door de Europese Unie verboden om exemplaren van minder dan 500 g (gehele vis, met kop) aan te landen. Dat hetzelfde quotum voor beide zeeduivelsoorten geldt, bemoeilijkt het opstellen van soortspecifieke beheersmaatregelen. Enkel in de wateren rond IJsland is er een uitgebreid beleid van kracht.

    Pin It on Pinterest

    Share This