Ansjovis

Engraulis encrasicolus

    • MSC label
      Wildvangst
    • Atlantische Oceaan noordoost FAO 27 (Oostelijke Portugese wateren)
      Pelagisch sleepnet, Ringzegen
    • Middellandse Zee en Zwarte Zee FAO 37
      Lampara net, Ringzegen
    • Atlantische Oceaan centraal oost FAO 34 (Marokko, Mauritanië)
      Pelagisch sleepnet, Ringzegen
    • Middellandse Zee en Zwarte Zee FAO 37
      Pelagisch sleepnet

    Biologie

    Ansjovis komt voor in de Middellandse Zee, in de Zwarte Zee en in de Atlantische Oceaan. Ansjovis vormt grote scholen die dicht bij de kust blijven, zeker tijdens warme maanden en in het voorplantingsseizoen. In de zomer verhuizen de scholen naar het noorden, waarbij ze aan het oppervlakte zwemmen. In de winter verhuizen via de diepere waterlagen terug naar het zuiden. Ansjovis groeit snel tot ongeveer 23 cm, maar wordt zelden ouder dan 3 jaar oud. Hij voedt zich met plankton en vormt zelf een belangrijke voedselbron voor andere vissen, vogels en zoogdieren. Ansjovis plant zich snel en veelvuldig voor, waardoor hij niet zo gevoelig is voor overbevissing. De grootte van het visbestand is enorm afhankelijk van de milieuomstandigheden en van natuurlijke fluctuaties.

    Toestand van het bestand

    De toestand van de verschillende bestanden is verschillend per visgrond. In sommige gebieden is er onvoldoende informatie beschikbaar om de toestand van het bestand te evalueren.

    Ecologische impact

    Ansjovis wordt meestal gevangen met ringzegens of pelagische sleepnetten. Beide methodes resulteren in schade aan andere kwetsbare soorten. Er is echter te weinig informatie over de meeste ansjovisvisserijen en er is bijgevolg onvoldoende data over de mogelijke bijvangst van bedreigde of beschermde soorten. Een ban op het teruggooien van kleine, pelagische vissen in Europa zal de teruggooi van ansjovis ook limiteren. Er is verder onvoldoende data beschikbaar over de ecologische impact van ansjovisvisserijen, maar het is weinig waarschijnlijk dat deze visserijen het ecosysteem negatief beïnvloeden. Bij correct gebruik van het vistuig is er immers geen impact op de bodemhabitat.

    Beleid

    Soorten met een korte levensduur en een zeer hoge voortplantingscapaciteit, zoals ansjovis, maken het implementeren van een goed beleid moeilijk. De bestanden kunnen zich immers snel herstellen, onder de voorwaarde dat de vangstbeperkingen goed nageleefd worden en de milieuomstandigheden gunstig blijven. De Europese Unie heeft daarom gekozen voor een flexibel beleid dat op korte tijd kan aangepast worden doorheen het jaar. Het bestand in de Golf van Biskaje valt nder een langetermijnbeheerplan. In het noordoosten van de Atlantische Oceaan gelden er extra maatregelen, zoals het afsluiten van broedplaatsen of het verminderen van de visserijdruk, om de toestand van het bestand te verbeteren. In het centraal-oosten van de Atlantische Oceaan (Marokko, Mauritanië) is er geen beleidsplan aanwezig. In de Zwarte Zee en in de Middellandse Zee is er geen uniform beleid aanwezig, maar hebben verschillende deelstaten wel een nationaal beleid. In de Adriatische Zee is er recentelijk een beleidsplan voor kleine pelagische soorten geïmplementeerd, maar het is nog niet bekend of dit beleid succesvol is. Een minimum aanlandingsmaat (Atlantische Oceaan: 12 cm – Middellandse Zee: 9 cm) en totale toegestane vangsten zijn ingevoerd om de visbestanden te beschermen.

    • Marine Stewardship Council - 1

    Pin It on Pinterest

    Share This