Zeebaars

Dicentrarchus labrax

    • Europa
      Aquacultuur - Tanks met doorstroming
    • Middellandse Zee - Global GAP
      Aquacultuur - Netkooien op zee
    • Atlantische Oceaan noordoost, centraal oost FAO 27, 34
      Handlijn, Haken en lijnen
    • Middellandse Zee
      Aquacultuur - Netkooien op zee
    • Atlantische Oceaan noordoost, centraal oost FAO 27, 34
      Boomkor, Kieuwnet, Pelagisch (dubbel) sleepnet, Sleeplijn, Zegen
    • Middellandse Zee en Zwarte Zee FAO 37
      Handlijn, Kieuwnet

    Biologie

    Zeebaars kan tot 1 m groot worden en weegt ongeveer 12 kg. Jonge zeebaars vormt scholen, maar naarmate ze ouder worden, verliezen ze hun sociale karakter. Zeebaars is een nachtelijke roofvis die zich voornamelijk voedt met weekdieren, schaaldieren en vissen. Om te paaien trekt zeebaars weg uit de kustwateren, waar ze in grote groepen verzamelen in dieper water. In de Golf van Biskaje valt dit gebeuren in januari-maart, in de zuidelijke Noordzee in de periode april-juni en in de tussenliggende gebieden van maart tot mei.
    Wilde zeebaars vist men in de zomer boven harde substraten (rotsige bodems, scheepswrakken …), in de winter meer in open water. Sinds de jaren ’90 wordt zeebaars ook gekweekt.

    Wildvangst

    Toestand van het bestand

    De verschillende bestanden van zeebaars worden te zwaar bevist, boven het duurzame niveau. Het dalende rendement van de zeebaarsvisserijen de laatste jaren is te wijten aan een verzwakte voortplantingsbiomassa. Door de hoge visserijdruk krijgt het bestand onvoldoende tijd om te herstellen.

    Ecologische impact

    Zeebaars wordt meestal gevangen in gemengde visserijen met (pelagische) sleepnetten. Bij het gebruik van sleepnetten of boomkorren is er steeds een grote hoeveelheid bijvangst aanwezig, vaak soorten die reeds bedreigd worden door overbevissing. Boomkorvisserijen hebben ook een negatieve impact op de overleving van verschillende bodemsoorten, zoals koudwaterkoralen, jonge vissen en bedreigde diersoorten, zoals haaien en roggen. De netten worden immers over de bodem voortgesleept en vernietigen hierbij de bodemhabitat. Door dit effect op de bodem, en het effect op verschillende vispopulaties, beïnvloedt de boomkorvisserij het hele ecosysteem, wat langetermijngevolgen heeft. Sleepnetten die niet over de bodem slepen (pelagische sleepnetten), hebben minder bijvangst en beschadigen de bodemhabitat niet. De negatieve impact op de bodem is kleiner met kieuwnetten en sleeplijnen, maar vogels en zeezoogdieren worden nog steeds onopzettelijk gevangen. Handlijnen zijn selectief, produceren nauwelijks bijvangst, hebben weinig teruggooi en weinig ecologische impact.

    Beleid

    In de Europese Unie wordt de zeebaarsvisserij gereguleerd door het opleggen van minimum aanlandingsmaten en een minimum maaswijdte voor de netten. Verder wordt het gebruik van sleepnetten verboden tijdens het paaiseizoen. Er zijn echter geen quota voor deze soort en de visserijdruk is nog steeds te hoog. In januari 2015 werd een urgentiemaatregel ingevoerd en vanaf 2016 werd een beheerplan ingevoerd om de noordelijke stock (Noordzee, Kanaal, Keltische en Ierse Zee) te herstellen. Voor de stocks in de West-Schotse wateren, de Iberische zone en de Golf van Biskaje zijn de wetenschappelijke data nog te gering om een precieze evaluatie toe te laten en beleidsmaatregelen op te stellen.

    Aquacultuur

    Ecologische voetafdruk

    In de Middellandse Zee is zeebaars één van de belangrijkste gekweekte vissoorten. Hij wordt er in netkooien gekweekt. Zeebaars is een carnivoor en er is ongeveer 3 tot 5 kg wild gevangen vis nodig om 1 kg zeebaars op te kweken. Het voer (vismeel en visolie) dat gebruikt wordt, is niet afkomstig uit duurzame bronnen en de productie van het voer vervuilt de wilde visbestanden.

    Ecologische impact

    Aquacultuur in netkooien en doorstroomsystemen heeft een grote ecologische impact. De hoeveelheid vis in netkooien is enorm hoog. Om het hoge risico op ziektes en parasieten te vermijden, worden voedingstoffen, chemische stoffen en antibiotica toegevoegd aan het water waarin de kweeksoort zich bevindt. Deze toevoegingen beïnvloeden de voedselweb-interacties en de wilde populaties. Ontsnapte vissen kunnen de wilde populaties verzwakken door de uitwisseling van genen. Het afvalwater afkomstig uit doorstroomsystemen en netkooien, bevat een hoge concentratie nutriënten (wat leidt tot de eutrofiëring van de omgeving), en leidt tot de verspreiding van ziektes en parasieten, en het kruisen van gekweekte en wilde soortgenoten.

    Pin It on Pinterest

    Share This