Pacifische oester

Crassostrea gigas

    • MSC label
      Wildvangst
    • ASC label
      Aquacultuur

    Biologie

    De vorm van de Pacifische oester of creusen varieert per leefgebied. Volgroeide oesters hebben een maximumlengte van ongeveer 30 cm, maar gemiddeld zijn ze zo’n 8 tot 15 cm groot. Ze voeden zich vooral met plankton en detritus. Oesters leven in estuaria en verkiezen stevige bodems waar ze zich vasthechten aan rotsen en puin. Je kan oesters vinden op een diepte van 5 tot 40 m. Wanneer ze in goede condities groeien, hebben oesters een enorm hoge groeisnelheid, wat hen een belangrijke soort voor aquacultuur maakt (vooral in Noorwegen). De Pacifische oester komt voor in Japan, Korea, Siberië, Australia, de Verenigde Staten en Canada. In Europa komt deze soort voor aan de kusten van Noorwegen, de westkust van Zweden, delen van Frankrijk en in de Middellandse Zee.

    Toestand van het bestand

    Er is weinig informatie beschikbaar over de toestand van het bestand van de Pacifische oester aan de Europese kusten. Dankzij zijn grote capaciteit om zich aan te passen aan verschillende omgevingscondities, zeker in vergelijking met inheemse weekdieren, zijn de aantallen aan het stijgen. Een hoge groeisnelheid en vroege voortplanting zorgen ervoor dat de Pacifische oester weinig lijdt onder de visserijdruk.

    Ecologische impact

    De ecologische impact hangt af van het type oesterkwekerij. Oesters kunnen in zakken op verhoogde tafels geplaatst worden in getijdengebied. In de Middellandse Zee, waar bijna geen getijden spelen, worden oesters gekweekt aan opgehangen touwen. In een bodemcultuur worden jonge dieren (‘zaad’) uitgestrooid op de zeebodem in daarvoor speciaal voorziene percelen, waar men ze verder laat groeien. Men oogst ze vervolgens met korren. Zaad van oesters komt steeds meer uit broedhuizen. Het kweken van oesters vereist geen extra voer aangezien ze voedsel filteren uit hun omgeving. Wanneer oesters gekweekt worden op touwen of koorden is het effect op de omgeving minimaal, aangezien de zeebodem niet beschadigd wordt, er geen soorten verspreid worden in nieuwe gebieden en deze methodes niet worden toegepast in beschermde gebieden. Oesters worden selectief met de hand geoogst. Er is bijgevolg geen bijvangst of teruggooi en de impact op de bodemhabitat is laag. Oesterkweek heeft wel een hoog risico op verspreiding van ziektes en parasieten in de kweek en in het wild. In het verleden werden er geïnfecteerde oesters illegaal ingevoerd in Europa. De resulterende verspreidingseffecten van parasieten zijn nog steeds merkbaar in de huidige populaties.

    Beleid

    Er is geen specifiek beleidsplan voor de Pacifische oester. Er zijn bijkomende studies nodig om de impact van de verspreiding van de Pacifische oester te begrijpen.

    Pin It on Pinterest

    Share This